Het begin
De bedrieglijk echte panorama ervaring bestaat al veel langer dan het Panorama Mesdag. Ruim twee eeuwen geleden kreeg Robert Barker, een Ierse schilder en tekenleraar, een ingeving, die hij in 1787 in een patent
liet vastleggen. Zijn vinding omschreef hij als 'een geheel nieuw maaksel of toestel, dat ik 'de natuur in één oogopslag' noem, en dat gebruikt kan worden voor het vertonen van weidse uitzichten op de natuur, gemaakt als olieverfschilderij, fresco, aquarel, crayontekening of in welke andere vorm van schildering of tekening dan ook.'
![]() |
| Doorsnede van Barkers dubbelrotonde |
Samen met zijn zoon was hij commercieel zelfs erg succesvol in een 'dubbelrotonde' aan het Leicester Square in Londen. In dat gebouw, dat tot 1864 in gebruik bleef, werden twee panorama’s tegelijk tentoongesteld. Zijn 'Panorama van Londen' reisde in 1799 naar Hamburg en hing het jaar daarna op de jaarbeurs in Leipzig. Toen opende ook het eerste 'eigen' Panorama op het vasteland van Europa, in Berlijn, met een gezicht op Rome. Er zouden in Berlijn nog zes andere panoramagebouwen volgen!
Gedurende de hele 19e eeuw bleef het fenomeen Panorama in Engeland en Frankrijk wel als het eerste massamedium bestaan, maar het betrof kleine panorama's, met een doorsnede in de orde van 15 meter. Zo'n vijftig jaar na de uitvinding raakten ze in verval en vrijwel in vergetelheid. Tot het fenomeen werd herondekt toen in de 19e eeuw nieuwe visuele sensaties aandacht kregen, onder andere door de uitvinding van de fotografie (Daguerre, 1839) en de komst van de eerste treinen en stoomboten. Het waren Fransen en Belgen die er in 1860 nieuw leven in bliezen en er omstreeks 1875 een ware rage mee ontketenden.
Panorama Mesdag
Het Panorama Mesdag is het resultaat van deze Belgische rage. Enkele Brusselse ondernemers wilden er een graantje van meepikken en vroegen Mesdag een 'Haags maritiem Panorama' te schilderen, waarschijnlijk op aanraden van Mesdags kunsthandelaar in Brussel. Zij lieten de Scheveninger David Puls de grond aan de Zeestraat kopen en het 16-hoekige rotondegebouw neerzetten door aannemer Gerard Klomp. Dat werd de eenvoud zelf: ijzeren kolommen, op staal gefundeerd, ingevuld met bepleisterde baksteen en afgedekt met een zelfdragende gietijzeren kapconstructie. Het is nu een fraai specimen van industriële architectuur.
Na een dispuut over de (on-)veiligheid van de door de belgen ontworpen steiger mocht mesdag ook hiervoor in zee gaan met klomp. deze leverde een deugdelijke stellage van ruim 14 meter hoog, die voor het doek langs in de rondte kon rijden. ene c.j. laarman werd aangetrokken om het 'faux terrain' aan te leggen, een voorgrond als getrouwe kopie van de kruin en de glooiingen van het seinpostduin. dat was toen het hoogste duin aan de haagse kust, en zou kort daarna gedeeltelijk afgegraven worden om er een groot café-restaurant op te bouwen. in 1982 kwam daar er nieuw appartementengebouw voor in de plaats.
![]() |
Schets Scheveningen strand, H.W. Mesdag. |
Met behulp van een stramien van potloodlijnen brachten Mesdag en de zijnen de schetsen over op het doek. Hij werd verder bij het schilderen geholpen door Théophile de Bock (de duinen en de lucht in het zuiden) en, op bescheiden schaal, door Bernard Blommers, door zijn vrouw Sientje en vermoedelijk door twee Belgische decoratieschilders, Adrien Neybergh en Edmond Winandy, van wie niet meer bekend is dan hun naam.
Onderzoek heeft geleerd, dat ook enkele foto's zijn gebruikt, die in opdracht van Mesdag zijn gemaakt vanaf het Seinpostduin. Vooral voor sommige details en perspectivische problemen, bijvoorbeeld met de slagschaduw op de gebouwen. Toch is het Panorama er niet op gebaseerd. Daarvoor was de fotografie nog niet voldoende doorgedrongen. Wel heeft het werken aan het Panorama Breitner kennelijk op het spoor van de fotografie gezet, als hulpmiddel bij het schilderen. Hij heeft er bij zijn latere werk in Amsterdam veelvuldig gebruik van gemaakt.
Open in 1881, failliet in 1885
Op 1 augustus 1881 werd Mesdags maritieme Panorama aan de Zeestraat opengesteld. Dat was precies een dag na de opening van een concurrerend Panorama in een stijlvol gebouw aan het Bezuidenhout (op de plek waar later het ministerie van Economische Zaken is gebouwd). Omstreeks die tijd werden er ook Panorama's geopend in Amsterdam en Rotterdam. Geen ervan bleek succesvol.
Al in 1885 ging Mesdags Panorama van Scheveningen failliet. Dat ging de schilder zo aan het hart, dat hij het eind 1886 zelf kocht. Maar ondanks het faillissement van de concurrent aan het Bezuidenhout in 1887 wilde de loop er niet in komen.
Om meer publiek naar de Zeestraat te trekken haalde Mesdag het eerder in Wenen en München tentoongestelde 'Panorama van Caïro en de boorden van de Nijl' naar Den Haag. Zijn nu met recht 'eigen' doek verhuurde hij eerst aan de Panoramamaatschappij in München (1887) en toen aan Amsterdam (1889 / 91). In het fraaie Panoramagebouw aldaar, halverwege de Plantage Middenlaan tegenover Artis, hebben nog tot in 1926 panoramadoeken gehangen. Als laatste 'De intocht van Christus in Jerusalem'. Het gebouw kwam in 1935 in slopershanden en ging roemloos ten onder.
Om zijn Panorama nieuw leven in te blazen liet Mesdag in 1910 / 11 de tuin tussen het voorportaal aan de Zeestraat en het Rotondegebouw bebouwen met expositiezalen. Hij exposeerde daarin zijn eigen werk en dat van zijn in 1909 overleden echtgenote Sientje. Het mocht echter weinig baten. Ook met deze zalengalerij trok het doek weinig belangstelling.
In 1910 droeg hij het geheel over aan zijn familie. Tot zijn dood in 1915 bleef Mesdag zelf de exploitatieverliezen voor zijn rekening nemen. Van 1918 tot en met 1934 waren de erven zo fortuinlijk het hele complex te kunnen verhuren aan de gemeente, die in de zalen de nieuwe afdeling Moderne Kunst van het Haags Gemeentemuseum huisvestte. Doordat de gemeente uit cultuurpolitieke overwegingen de toegangsprijs drastisch verlaagde kwam eindelijk de loop er goed in. De houten steunconstructie van het duin moest zelfs worden versterkt!
Generaties lang een succesvolle attractie
Door ook na 1934 een deel van de Panoramazalen voor wisselende exposities te verhuren en zo af en toe een schilderij te verkopen voor het bekostigen van groot onderhoud wist de familie-B.V. het hoofd boven water te houden. Het aantal bezoekers steeg na de Tweede Wereldoorlog tot 150 à 200 duizend per jaar en dat is zo gebleven. Het Panorama is daarmee al vele jaren een van de grootste trekpleisters van Den Haag en is in staat in zijn eigen voortbestaan te voorzien.

